Tijd voor discussie over onderwijsvrijheid

Paul Zoontjes (hoogleraar onderwijsrecht) - afkomstig uit: Trouw (2004-04-25)

Wie aan de vrijheid van onderwijs wil tornen, zoals de liberaal Hirsi Ali, vertoont een 'paniekreactie'. Maar wie met 'ouderwetse bezweringsformules' iedere discussie lamlegt, zoals de christelijke partijen, doet dit grondrecht ook geen eer. Dat zegt hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens. Hij vindt het wel tijd voor aanpassing van artikel 23: vervang vrijheid van godsdienst door vrijheid van meningsuiting.

In voorgaande jaren lag artikel 23 vooral onder vuur vanwege het aantal allochtone leerlingen. Het moet bijzondere scholen onmogelijk gemaakt worden om leerlingen te weigeren, zegt D66 al jaren. PvdA-leider Bos spreekt inmiddels van een 'acceptatieplicht' en ook de VVD laat zich in deze richting uit.

Over dit bezwaar kan Zoontjens kort zijn. "Van alle bijzondere scholen hanteert slechts vijf procent het beleid dat leerlingen een bepaalde geloofsovertuiging moeten hebben. Denk dan vooral aan de reformatorische scholen. De overige 95 procent heeft juridisch geen poot om op te staan wanneer men leerlingen wil weigeren. Het kan best zijn dat scholen toch om oneigenlijke redenen leerlingen buiten de deur houden, maar als ouders naar de rechter stappen, krijgen ze hun zin. Die praktijken, als ze al voorkomen, kun je dus niet aan het systeem wijten."

De komst van islamitische scholen en het verzet -met name van de liberaal Hirsi Ali- betekent een nieuwe discussie over artikel 23. Deze aanleiding voor de discussie verbaast Zoontjens. "De islamitische scholen vormen een heel kleine groep", memoreert Zoontjens. "Het zullen er meer worden, maar het lijkt mij echt een paniekreactie om daarvoor ons hele systeem om te gooien. Ons schoolsysteem werkt al lang goed, je moet dat niet overboord gooien."

De stellingname van Hirsi Ali leidde onlangs weer tot een felle verdediging van artikel 23 door het CDA en de kleine christelijke partijen. Kom niet aan de grondwet, is hun opvatting. "Je kunt de mening van Hirsi Ali bestrijden, maar het is wel sterk te waarderen dat zij een principiŽle discussie wil voeren."

Want het is volgens Zoontjens tijd voor aanpassing. "Ons scholenbestand is nu nog gebaseerd op de verzuiling. Die zijn we voorbij. Ik vind dat we moeten overwegen of we de vrijheid van godsdienst nog de basis moeten laten zijn. Er zijn twee alternatieven denkbaar. Je kunt richtingvrij plannen, dat betekent dat ouders een school mogen oprichten los van welke richting ze er aan willen geven. Dat kan binnen de huidige grondwet.

Zelf is Zoontjens voorstander van het grondwettelijk vastleggen van het feit dat de vrijheid van meningsuiting de basis moet zijn voor de stichting van scholen.

Zoontjens denkt dat in ieder geval de (grond)wet meer moet zeggen over gůed onderwijs. "We geven scholen steeds meer de vrijheid, maar er moet een wettelijke basis zijn om heel goed te controleren hoe ze het doen. We moeten de onderwijsinspectie een rol laten spelen in gevallen waarin blijkt dat scholen onverdraagzaamheid of anti-democratische opvattingen uitdragen. Dat is nu niet mogelijk, en dat is vreemd. Die verkeerde dingen kunnen alleen worden aangepakt via het strafrecht, en dat is nogal een stap. Als het onderwijs niet deugt, moet de inspectie kunnen ingrijpen."