Ayaan Hirsi Ali over fundamentalisten op de Veluwe

Ayaan Hirschi Ali (VVD) - afkomstig uit: Dyademagazine, nr. 5, mei 2004 (2004-05-18)

Tweede Kamerlid Ayaan Hirsi Ali wekte in het najaar van 2003 opschudding door een motie in te dienen waarin actie gevraagd wordt tegen moslimscholen. J.P. Proos, godsdienstleraar aan Hogeschool De Driestar, schetste in een collumn in het RD een negatief beeld van mevrouw Hirsi Ali. Zij kwam daarin naar voren als hater van het christelijk onderwijs. Mede door haar zou het reformatorisch onderwijs ernstig bedreigd worden. Maar hoe denkt zij nu zelf over christelijk onderwijs in Nederland? Fundamentalisme op de Veluwe...?

In de huidige discussie over moslimscholen wordt vaak een vergelijking getrokken met de reformatorische scholen. Hirsi Ali: "Ik ben in aanraking gekomen met het 'fundamentalisme' op de Veluwe. Ik heb daar gewoond en heb zelfs vrienden die tot de zogenaamde 'zwartenkousenkerk' behoren. Zo ben ik op verschillende orthodox christelijke scholen geweest en ik kan je verzekeren: de vergelijking dat orthodoxe moslimscholen vergelijkbaar zijn met orthodox christelijke scholen is onzin. De sociaal-economische achterstand van islamitische ouders is niet te vergelijken met die van christelijke ouders. Het aanleren van haat en onverdraagzaamheid ten aanzien van andersdenkenden (dat op sommige islamitische scholen is voorgevallen) komt niet voor op christelijke scholen.

Ook de betrokkenheid van ouders bij hun kinderen op school is totaal anders. Van dichtbij heb ik meegemaakt dat één van mijn vriendinnen in Ede kinderen kreeg en voor een orthodox christelijke school koos. Het komt niet bij haar op om zich af te zetten tegen de westerse samenleving. Natuurlijk mag haar kind niet overal aan meedoen. Ze is zelfs tegen boeken over Harry Potter. Ik heb mensen ontmoet die principieel geen televisie hebben. In die kringen wordt veel gelezen en voorgelezen. Dat is niet verplicht opgelegd of door een leger van welzijnswerkers opgedrongen. Dat doen ze gewoon uit zichzelf. Lezen en leren vinden ze nodig om later je eigen brood te kunnen verdienen. Ik heb uit laten zoeken hoe de cijfers lagen van bijstandsgerechtigden in die kringen. De uitkomst was verrassend. Het percentage was nagenoeg verwaarloosbaar. Maatschappelijk werkers bij verschillende sociale diensten konden niets anders zeggen dan dat het een ondernemend volkje was, dat gewend was zijn eigen broek op te houden. In politiek correct Den Haag worden ze op één hoop gegooid met achterstandswijken met veel allochtonen."

Eerst pleitte mevrouw Hirsi Ali voor de afschaffing van art. 23 om de segregatie in het onderwijs te bestrijden. Omdat dit in strijd is met het regeerakkoord, heeft ze andere voorstellen gedaan. Deze zijn voor een groot deel, soms in afgezwakte vorm, opgenomen in de beleidsreactie van het ministerie van onderwijs, getiteld "Maatregelen onderwijs, integratie, burgerschap" (23 april 2004).Eén element heeft de minister nog niet concreet overgenomen, maar is in een interview al wel ter sprake geweest: "Ouders die de grondslag van een school respecteren moeten een kind op die school kunnen aanmelden. Ik denk dat meer dan 90 % van de scholen al zo werkt. Het moet bij wet verplicht worden om die laatste scholen over de streep te trekken. Het is geen groot verschil, maar wel een principieel verschil. En ik ga altijd voor 100 %."